nietszeggend
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- geen nadere informatie gevend
- onbeduidend; karakterloos
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| nietszeggende | verbogen, stellende trap |
| nietszeggender | onverbogen, vergrotende trap |
| nietszeggendere | verbogen, vergrotende trap |
| nietszeggenders | partitief, vergrotende trap |
| nietszeggends | partitief, stellende trap |
| nietszeggendst | onverbogen, overtreffende trap |
| nietszeggendste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘niets bewijzend’ voor het eerst aangetroffen in 1873
Woordfamilie van nietszeggend
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nietszeggende | verbogen vorm | nietszeggend |
| nietszeggender | vergrotende trap | nietszeggend |
| nietszeggendere | verbogen vergrotende trap | nietszeggend |
| nietszeggenders | partitieve vergrotende trap | nietszeggend |
| nietszeggends | partitive, positive | nietszeggend |
| nietszeggendst | uninflected, superlative | nietszeggend |
| nietszeggendste | inflected, superlative | nietszeggend |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nietszeggend zijn vastgelegd.