niet-inkomensafhankelijk
bijvoeglijk naamwoord /ˈnitɪŋkomənsɑfˌhɑŋkələk/Betekenis
- waarvan de hoogte niet wordt beïnvloed door de opbrengsten die iemand uit bezit en werk heeft
Hoe spreek je niet-inkomensafhankelijk uit?
/ˈnitɪŋkomənsɑfˌhɑŋkələk/
Niet-inkomensafhankelijk bestaat uit acht lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| n | nek |
| i | riet |
| t | tak |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| o | boot |
| m | maan |
| ə | de |
| s | sok |
| ɑ | bad |
| f | fiets |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| niet-inkomensafhankelijke | verbogen, stellende trap |
| niet-inkomensafhankelijks | partitief, stellende trap |
Herkomst
samenstelling van niet bw en inkomensafhankelijk bn geschreven met een koppelteken volgens spellingregel 6.I
Woordfamilie van niet-inkomensafhankelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| niet-inkomensafhankelijke | verbogen vorm | niet-inkomensafhankelijk |
| niet-inkomensafhankelijks | partitive, positive | niet-inkomensafhankelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van niet-inkomensafhankelijk zijn vastgelegd.