niet-gelovig
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- geen geloof hebbend
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| niet-gelovige | verbogen, stellende trap |
| niet-gelovigs | partitief, stellende trap |
Herkomst
(samenkoppeling) van niet en gelovig
Woordfamilie van niet-gelovig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| niet-gelovigs | partitive, positive | niet-gelovig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van niet-gelovig zijn vastgelegd.