neurotisch
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- met betrekking tot een ziekelijke houding
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| neurotische | verbogen, stellende trap |
| neurotischer | onverbogen, vergrotende trap |
| neurotischere | verbogen, vergrotende trap |
| neurotischers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
met het voorvoegsel neuro- en met het achtervoegsel -isch
Woordfamilie van neurotisch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| neurotische | verbogen vorm | neurotisch |
| neurotischer | vergrotende trap | neurotisch |
| neurotischere | verbogen vergrotende trap | neurotisch |
| neurotischers | partitieve vergrotende trap | neurotisch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van neurotisch zijn vastgelegd.