neolithisch
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- betrekking hebbend op de nieuwe steentijd
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| neolithische | verbogen, stellende trap |
| neolithischer | onverbogen, vergrotende trap |
| neolithischere | verbogen, vergrotende trap |
| neolithischers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
afleiding van neolithicum met het achtervoegsel -isch
Woordfamilie van neolithisch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| neolithische | verbogen vorm | neolithisch |
| neolithischer | vergrotende trap | neolithisch |
| neolithischere | verbogen vergrotende trap | neolithisch |
| neolithischers | partitieve vergrotende trap | neolithisch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van neolithisch zijn vastgelegd.