nautisch
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- betrekking hebbend op watersport of scheepvaart
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| nautische | verbogen, stellende trap |
| nautischer | onverbogen, vergrotende trap |
| nautischere | verbogen, vergrotende trap |
| nautischers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘scheepvaart-’ voor het eerst aangetroffen in 1824
Woordfamilie van nautisch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nautische | verbogen vorm | nautisch |
| nautischer | vergrotende trap | nautisch |
| nautischere | verbogen vergrotende trap | nautisch |
| nautischers | partitieve vergrotende trap | nautisch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nautisch zijn vastgelegd.