nachtelijk
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- tijdens de nacht
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| nachtelijke | verbogen, stellende trap |
| nachtelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| nachtelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| nachtelijkers | partitief, vergrotende trap |
| nachtelijks | partitief, stellende trap |
| nachtelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| nachtelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
afgeleid van nacht met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-
Woordfamilie van nachtelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| nachtelijke | verbogen vorm | nachtelijk |
| nachtelijker | vergrotende trap | nachtelijk |
| nachtelijkere | verbogen vergrotende trap | nachtelijk |
| nachtelijkers | partitieve vergrotende trap | nachtelijk |
| nachtelijkst | uninflected, superlative | nachtelijk |
| nachtelijkste | inflected, superlative | nachtelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van nachtelijk zijn vastgelegd.