monddood
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- verhinderen dat iemand kritiek of andere onwelgevallige informatie bekentmaakt
bijvoeglijk naamwoord
- verhinderen dat iemand kritiek of andere onwelgevallige informatie bekendmaakt
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| monddode | verbogen, stellende trap |
| monddoder | onverbogen, vergrotende trap |
| monddodere | verbogen, vergrotende trap |
| monddoders | partitief, vergrotende trap |
| monddoods | partitief, stellende trap |
| monddoodst | onverbogen, overtreffende trap |
| monddoodste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘niet in staat te spreken’ voor het eerst aangetroffen in 1946
Woordfamilie van monddood
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| monddode | verbogen vorm | monddood |
| monddoder | vergrotende trap | monddood |
| monddodere | verbogen vergrotende trap | monddood |
| monddoders | partitieve vergrotende trap | monddood |
| monddoods | partitive, positive | monddood |
| monddoodst | uninflected, superlative | monddood |
| monddoodste | inflected, superlative | monddood |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van monddood zijn vastgelegd.