minus
bijwoord, zelfstandig naamwoord ˈminʏsBetekenis
- verminderd met, zonder
- negatief saldo
- symbool om een negatieve waarde of een aftrekking aan te geven
- min; kleiner dan nul
- min; negatief geladen
- min; kleiner dan het gemiddelde of de middelwaarde
- min; verminderd met (-)
- halve gare, geestelijk gestoorde
- minder
- gebrek, tekort
Hoe spreek je minus uit?
/ˈminʏs/
Minus bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| i | riet |
| n | nek |
| ʏ | put |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Herkomst
van Latijn minus