maniërisme
zelfstandig naamwoordBetekenis
- stijlperiode in de Europese kunst in de tweede helft van de 16e eeuw met in de schilderkunst Michelangelo en Rafaël en in de dichtkunst Petrarca en Dante als voorbeelden
- gekunsteldheid (in een kunststijl)
zelfstandig naamwoord — neuter
- stijlperiode in de Europese kunstgeschiedenis in vooral de tweede helft van de 16e eeuw, met als belangrijke voorbeelden Michelangelo en Rafaël in de schilderkunst en Petrarca en Dante in de dichtkunst
- gekunsteldheid (in een bep. kunststijl)
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘gekunsteldheid’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1888