maniok
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een eetbare wortelknol
zelfstandig naamwoord — masculine
- verhoutende, overblijvende heester Manihot esculenta
- eetbare wortel van Manihot esculenta
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘broodwortel’ voor het eerst aangetroffen in 1596