macrobiotisch
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- met betrekking tot de macrobiotiek
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| macrobiotische | verbogen, stellende trap |
| macrobiotischer | onverbogen, vergrotende trap |
| macrobiotischere | verbogen, vergrotende trap |
| macrobiotischers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
In de betekenis van ‘m.b.t. de kunst om het leven te verlengen’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van macrobiotisch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| macrobiotische | verbogen vorm | macrobiotisch |
| macrobiotischer | vergrotende trap | macrobiotisch |
| macrobiotischere | verbogen vergrotende trap | macrobiotisch |
| macrobiotischers | partitieve vergrotende trap | macrobiotisch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van macrobiotisch zijn vastgelegd.