maandelijks
bijvoeglijk naamwoord, bijwoord ˈmandələksBetekenis
- iedere maand een keer
Hoe spreek je maandelijks uit?
/ˈmandələks/
Maandelijks bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| a | maan |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| l | land |
| k | kat |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| maandelijkse | verbogen, stellende trap |
Herkomst
afgeleid van maand met het achtervoegsel -lijks met het invoegsel -e-
Woordfamilie van maandelijks
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| maandelijkse | verbogen vorm | maandelijks |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van maandelijks zijn vastgelegd.