lumbaal
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- met betrekking tot de lende, het lage deel van de wervelkolom
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lumbaals | partitief, stellende trap |
| lumbale | verbogen, stellende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘m.b.t. de lendenen’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van lumbaal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lumbaals | partitive, positive | lumbaal |
| lumbale | verbogen vorm | lumbaal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lumbaal zijn vastgelegd.