levensvatbaar
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- de mogelijkheid hebbende om te kunnen gaan leven, functioneren of te blijven bestaan
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| levensvatbaarder | onverbogen, vergrotende trap |
| levensvatbaardere | verbogen, vergrotende trap |
| levensvatbaarders | partitief, vergrotende trap |
| levensvatbaars | partitief, stellende trap |
| levensvatbaarst | onverbogen, overtreffende trap |
| levensvatbaarste | verbogen, overtreffende trap |
| levensvatbare | verbogen, stellende trap |
Herkomst
samenstelling van leven en vatbaar met het invoegsel -s-
Woordfamilie van levensvatbaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| levensvatbaarder | vergrotende trap | levensvatbaar |
| levensvatbaardere | verbogen vergrotende trap | levensvatbaar |
| levensvatbaarders | partitieve vergrotende trap | levensvatbaar |
| levensvatbaars | partitive, positive | levensvatbaar |
| levensvatbaarst | uninflected, superlative | levensvatbaar |
| levensvatbaarste | inflected, superlative | levensvatbaar |
| levensvatbare | verbogen vorm | levensvatbaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van levensvatbaar zijn vastgelegd.