levensbeschouwelijk
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- betrekking hebbend op een visie op het leven: wat het leven betekent, wat de waarde ervan is en hoe het geleefd moet worden
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| levensbeschouwelijke | verbogen, stellende trap |
| levensbeschouwelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| levensbeschouwelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| levensbeschouwelijkers | partitief, vergrotende trap |
| levensbeschouwelijks | partitief, stellende trap |
| levensbeschouwelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| levensbeschouwelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
afleiding van levensbeschouwing met het achtervoegsel -lijk
Woordfamilie van levensbeschouwelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| levensbeschouwelijke | verbogen vorm | levensbeschouwelijk |
| levensbeschouwelijker | vergrotende trap | levensbeschouwelijk |
| levensbeschouwelijkere | verbogen vergrotende trap | levensbeschouwelijk |
| levensbeschouwelijkers | partitieve vergrotende trap | levensbeschouwelijk |
| levensbeschouwelijks | partitive, positive | levensbeschouwelijk |
| levensbeschouwelijkst | uninflected, superlative | levensbeschouwelijk |
| levensbeschouwelijkste | inflected, superlative | levensbeschouwelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van levensbeschouwelijk zijn vastgelegd.