leeftocht
zelfstandig naamwoord ˈleftɔxtBetekenis
- spijs en drank (met name die levensmiddelen die men op reis meeneemt)
- voedingsmiddelen in het algemeen
- middelen om te voorzien in het bestaan
Hoe spreek je leeftocht uit?
/ˈleftɔxt/
Leeftocht bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| e | veel |
| f | fiets |
| t | tak |
| ɔ | bot |
| x | acht |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Herkomst
In de betekenis van ‘levenslang vruchtgebruik’ voor het eerst aangetroffen in 1204.