Latijns
bijvoeglijk naamwoord laˈtɛinsBetekenis
- in of uit het Latijn, de taal van de Romeinen
- van of zoals bij volkeren die een Romaanse taal spreken
- (rooms-katholiek) gericht op of horend bij de traditionele rooms-katholieke kerk, die een in het Latijn gesproken mis kent
- uit, van of zoals in Latium, de streek rondom Rome
Hoe spreek je Latijns uit?
/laˈtɛins/
Latijns bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| a | maan |
| t | tak |
| ɛi | trein |
| n | nek |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
bijvoeglijk naamwoord
- gericht op of horend bij de traditionele rooms-katholieke kerk, die een in het Latijn gesproken mis kent
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| Latijnse | verbogen, stellende trap |
| Latijnser | onverbogen, vergrotende trap |
| Latijnsere | verbogen, vergrotende trap |
| Latijnsers | partitief, vergrotende trap |
| Latijnst | onverbogen, overtreffende trap |
| Latijnste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
van Middelnederlands latijnsch; afgeleid van Latijn met het achtervoegsel -s
Woordfamilie van Latijns
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| Latijnse | verbogen vorm | Latijns |
| Latijnser | vergrotende trap | Latijns |
| Latijnsere | verbogen vergrotende trap | Latijns |
| Latijnsers | partitieve vergrotende trap | Latijns |
| Latijnst | uninflected, superlative | Latijns |
| Latijnste | inflected, superlative | Latijns |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van Latijns zijn vastgelegd.