kuisheid
zelfstandig naamwoordBetekenis
- reinheid, zindelijkheid, helderheid
- iemand die in seksueel opzicht kuis leeft, die geen zinnelijkheid en verzoeking kent, afkeer heeft van ongeoorloofde wellust; in ernstige gevallen ook maagdelijkheid
Herkomst
afgeleid van kuis (stam van het werkwoord kuisen) met het achtervoegsel -heid