krijgsvolk
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een (grote of kleine) groep militairen
- de militairen (als verzamelnaam)
- een volksstam wiens maatschappij gericht is op de oorlogvoering
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| krijgsvolken | enkelvoud |
| krijgsvolkeren | enkelvoud |
Herkomst
samenstelling van krijg en volk met het invoegsel -s-
Woordfamilie van krijgsvolk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| krijgsvolken | enkelvoud | krijgsvolk |
| krijgsvolkeren | enkelvoud | krijgsvolk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van krijgsvolk zijn vastgelegd.