kneedbaar
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- wat door bewerken met de handen soepel gemaakt kan worden
- als iemands mening of gedrag zich kan aanpassen
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kneedbaarder | onverbogen, vergrotende trap |
| kneedbaardere | verbogen, vergrotende trap |
| kneedbaarders | partitief, vergrotende trap |
| kneedbaars | partitief, stellende trap |
| kneedbaarst | onverbogen, overtreffende trap |
| kneedbaarste | verbogen, overtreffende trap |
| kneedbare | verbogen, stellende trap |
Herkomst
Naamwoord van handeling van kneden met het achtervoegsel -baar
Woordfamilie van kneedbaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kneedbaarder | vergrotende trap | kneedbaar |
| kneedbaardere | verbogen vergrotende trap | kneedbaar |
| kneedbaarders | partitieve vergrotende trap | kneedbaar |
| kneedbaars | partitive, positive | kneedbaar |
| kneedbaarst | uninflected, superlative | kneedbaar |
| kneedbaarste | inflected, superlative | kneedbaar |
| kneedbare | verbogen vorm | kneedbaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kneedbaar zijn vastgelegd.