kloosterlijk
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- van, als in een klooster
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kloosterlijke | verbogen, stellende trap |
| kloosterlijker | onverbogen, vergrotende trap |
| kloosterlijkere | verbogen, vergrotende trap |
| kloosterlijkers | partitief, vergrotende trap |
| kloosterlijks | partitief, stellende trap |
| kloosterlijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| kloosterlijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
afgeleid van klooster met het achtervoegsel -lijk
Woordfamilie van kloosterlijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kloosterlijke | verbogen vorm | kloosterlijk |
| kloosterlijker | vergrotende trap | kloosterlijk |
| kloosterlijkere | verbogen vergrotende trap | kloosterlijk |
| kloosterlijkers | partitieve vergrotende trap | kloosterlijk |
| kloosterlijks | partitive, positive | kloosterlijk |
| kloosterlijkst | uninflected, superlative | kloosterlijk |
| kloosterlijkste | inflected, superlative | kloosterlijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kloosterlijk zijn vastgelegd.