kapok
zelfstandig naamwoordBetekenis
- zaadpluis van kapokboom dat werd gebruikt als vulmiddel voor kussens en matrassen
- sneeuw
- vezelachtig materiaal van de kapokboom Ceiba pentandra.
- sneeuwen
Herkomst
Leenwoord uit het Indonesisch, in de betekenis van ‘zaadpluis van kapokboom’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1620