kalmoes
zelfstandig naamwoord ˈkɑlmusBetekenis
- vaste moerasplant uit de familie Acoraceae, waarvan de wortelstok als smaakmaker dient
Hoe spreek je kalmoes uit?
/ˈkɑlmus/
Kalmoes bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑ | bad |
| l | land |
| m | maan |
| u | boek |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- Acorus calamus een vaste moerasplant uit de familie Acoraceae, waarvan de wortelstok als smaakmaker dient. De plant heeft een stevige, lange wortelstok met zachte wortels. De wortelstok kruipt dicht langs het grondoppervlak. Deze produceert tot één meter lange, zwaardvormige, rechtopstaande bladeren en een alleenstaande, rechtopstaande bloemstengel. De vorm van de bloemstengel lijkt op die van het blad. Aan de bloemstengel groeit de bloeikolf, die uit de zijkant van de stengel lijkt te komen. De bloeikolf bestaat uit dicht opeen staande, kleine, geelgroene bloemen. De vruchten zijn rode bessen met meerdere zaden. De plant vermeerdert zich niet alleen via geslachtelijke voortplanting maar kan zich ook via vegetatieve voortplanting vermeerderen door onderaardse uitlopers die uit de wortelstok ontspringen
Herkomst
Ontleend aan het Latijnse calamus ("riet, rietstengel").