ja
bijwoord, tussenwerpsel, zelfstandig naamwoord /jaː/Betekenis
- duidt bevestiging, instemming, toestemming, inwilliging of toegeving aan
- kreet van opwinding
- nou ja: kijk zo simpel is het! dat je dat niet wist!
- bevestigend of instemmend antwoord
- inderdaad
- jagen
- ik
- toch, immers, inderdaad
- vooral
- wel (bijw.)
- nietwaar, hè, toch
- en
- reeds
- wanneer
- ik, 'k; 1e persoon enkelvoud
- zij; 3e persoon meervoud
- ik, 'k; 1e persoon nominatief enkelvoud
- al, reeds
Hoe spreek je ja uit?
/ja/
Ja bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| j | ja |
| a | maan |
Herkomst
In de betekenis van ‘tussenwerpsel: uitroep ter bevestiging’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240