100-jarig
bijvoeglijk naamwoord ˌhɔndərtˈjarəxBetekenis
- een eeuw oud
- betreffende een tijdsduur van honderd jaar
Hoe spreek je 100-jarig uit?
/ˌhɔndərtˈjarəx/
100-jarig bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| t | tak |
| j | ja |
| a | maan |
| x | acht |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| 100-jarige | verbogen, stellende trap |
| 100-jarigs | partitief, stellende trap |
| honderdjarig |
Herkomst
samenstellende afleiding van 100 (hoofdtelwoord) en jaar (zelfstandig naamwoord) met het achtervoegsel -ig , geschreven met een koppelteken volgens spellingregel 6.G
Woordfamilie van 100-jarig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| 100-jarigs | partitive, positive | 100-jarig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van 100-jarig zijn vastgelegd.