invoelbaar
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- te voelen wat een ander voelt alsof je het zelf voelt
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| invoelbaarder | onverbogen, vergrotende trap |
| invoelbaardere | verbogen, vergrotende trap |
| invoelbaarders | partitief, vergrotende trap |
| invoelbaars | partitief, stellende trap |
| invoelbaarst | onverbogen, overtreffende trap |
| invoelbaarste | verbogen, overtreffende trap |
| invoelbare | verbogen, stellende trap |
Herkomst
Naamwoord van handeling van invoelen met het achtervoegsel -baar
Woordfamilie van invoelbaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| invoelbaarder | vergrotende trap | invoelbaar |
| invoelbaardere | verbogen vergrotende trap | invoelbaar |
| invoelbaarders | partitieve vergrotende trap | invoelbaar |
| invoelbaars | partitive, positive | invoelbaar |
| invoelbaarst | uninflected, superlative | invoelbaar |
| invoelbaarste | inflected, superlative | invoelbaar |
| invoelbare | verbogen vorm | invoelbaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van invoelbaar zijn vastgelegd.