inschikkelijk
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- van een persoon dat deze genegen is zich aan te passen aan andere mensen
- van een organisatie dat deze bereid is zich neer te leggen bij de eisen van een andere partij
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| inschikkelijke | verbogen, stellende trap |
| inschikkelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| inschikkelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| inschikkelijkers | partitief, vergrotende trap |
| inschikkelijks | partitief, stellende trap |
| inschikkelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| inschikkelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Naamwoord van handeling van inschikken met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-
Woordfamilie van inschikkelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| inschikkelijke | verbogen vorm | inschikkelijk |
| inschikkelijker | vergrotende trap | inschikkelijk |
| inschikkelijkere | verbogen vergrotende trap | inschikkelijk |
| inschikkelijkers | partitieve vergrotende trap | inschikkelijk |
| inschikkelijks | partitive, positive | inschikkelijk |
| inschikkelijkst | uninflected, superlative | inschikkelijk |
| inschikkelijkste | inflected, superlative | inschikkelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inschikkelijk zijn vastgelegd.