ingoed
bijvoeglijk naamwoord /ˈɪŋɣut/Betekenis
- buitengewoon vriendelijk en rechtschapen
Hoe spreek je ingoed uit?
/ˈɪŋxut/
Ingoed bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| x | acht |
| u | boek |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ingoede | verbogen, stellende trap |
| ingoeds | partitief, stellende trap |
Herkomst
intensiverende afleiding van goed (bijvoeglijk naamwoord) met in- (versterkend voorvoegsel)
Woordfamilie van ingoed
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingoede | verbogen vorm | ingoed |
| ingoeds | partitive, positive | ingoed |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ingoed zijn vastgelegd.