infectieus
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- besmettelijk
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| infectieust | onverbogen, overtreffende trap |
| infectieuste | verbogen, overtreffende trap |
| infectieuze | verbogen, stellende trap |
| infectieuzer | onverbogen, vergrotende trap |
| infectieuzere | verbogen, vergrotende trap |
| infectieuzers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
afgeleid van infectie met het achtervoegsel -eus
Woordfamilie van infectieus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| infectieust | uninflected, superlative | infectieus |
| infectieuste | inflected, superlative | infectieus |
| infectieuze | verbogen vorm | infectieus |
| infectieuzer | vergrotende trap | infectieus |
| infectieuzere | verbogen vergrotende trap | infectieus |
| infectieuzers | partitieve vergrotende trap | infectieus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van infectieus zijn vastgelegd.