Iberisch
eigennaam, bijvoeglijk naamwoord iˈberisBetekenis
- een uitgestorven taal van onduidelijke verwantschap die gesproken werd in delen van wat nu Spanje is tussen de zevende eeuw vóór en de tweede eeuw ná Christus
- betrekking hebbend op het zuidwestelijke schiereiland van Europa waarop Spanje en Portugal liggen
- betrekking hebbend op een deel van de Kaukasus dat in de oudheid en een deel van de middeleeuwen als Iberië bekend stond
Hoe spreek je Iberisch uit?
/iˈberis/
Iberisch bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| i | riet |
| b | bak |
| e | veel |
| r | rood |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
eigennaam — neuter
- uitgestorven taal van onduidelijke verwantschap die gesproken werd in delen van wat nu Spanje is tussen de zevende eeuw vóór en de tweede eeuw ná Christus linguistics, no-plural
Herkomst
afgeleid van Iber of Iberië met het achtervoegsel -isch
Woordfamilie van Iberisch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| Iberische | woordvorm | Iberisch |
| Iberischer | woordvorm | Iberisch |
| Iberischere | woordvorm | Iberisch |
| Iberischers | woordvorm | Iberisch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van Iberisch zijn vastgelegd.