hybridisch
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- uit ongelijksoortige elementen bestaand
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| hybridische | verbogen, stellende trap |
| hybridischer | onverbogen, vergrotende trap |
| hybridischere | verbogen, vergrotende trap |
| hybridischers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
In de betekenis van ‘bastaard-’ voor het eerst aangetroffen in 1847
Woordfamilie van hybridisch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hybridische | verbogen vorm | hybridisch |
| hybridischer | vergrotende trap | hybridisch |
| hybridischere | verbogen vergrotende trap | hybridisch |
| hybridischers | partitieve vergrotende trap | hybridisch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hybridisch zijn vastgelegd.