humor
zelfstandig naamwoord ˈhymɔrBetekenis
- iets wat grappig is
- het vermogen om grappig te zijn
- lichaamsvocht, vochtigheid
- lichaamsvocht
- stemming, humeur
- aard, karakter
- humor
Hoe spreek je humor uit?
/ˈhymɔr/
Humor bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| y | fuut |
| m | maan |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| humores | enkelvoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘scherts’ voor het eerst aangetroffen in 1839
Woordfamilie van humor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| humores | enkelvoud | humor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van humor zijn vastgelegd.