huizenhoog
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- heel erg groot, to ver van de grond reikend
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| huizenhoge | verbogen, stellende trap |
| huizenhoogs | partitief, stellende trap |
Herkomst
intensief, samenstelling van huis zn en hoog bn met het invoegsel -en- , in de betekenis van ‘zeer hoog’ voor het eerst aangetroffen in 1677
Woordfamilie van huizenhoog
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| huizenhoge | verbogen vorm | huizenhoog |
| huizenhoogs | partitive, positive | huizenhoog |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van huizenhoog zijn vastgelegd.