huidig
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- bij het heden behorend
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| huidige | verbogen, stellende trap |
| huidigs | partitief, stellende trap |
Herkomst
In de betekenis van ‘tegenwoordig’ voor het eerst aangetroffen in 1409
Woordfamilie van huidig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| huidige | verbogen vorm | huidig |
| huidigen | woordvorm | huidig |
| huidigs | partitive, positive | huidig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van huidig zijn vastgelegd.