handelspolitiek
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- het geheel van beginselen die een staat op het gebied van de handel volgt
- beleid van een handelsonderneming
- betreffende de politiek op handelsgebied
Herkomst
samenstelling van handel en politiek met het invoegsel -s-
Woordfamilie van handelspolitiek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| handelspolitieke | woordvorm | handelspolitiek |
| handelspolitieker | woordvorm | handelspolitiek |
| handelspolitiekere | woordvorm | handelspolitiek |
| handelspolitiekers | woordvorm | handelspolitiek |
| handelspolitieks | woordvorm | handelspolitiek |
| handelspolitiekst | woordvorm | handelspolitiek |
| handelspolitiekste | woordvorm | handelspolitiek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van handelspolitiek zijn vastgelegd.