gust
bijvoeglijk naamwoord ɣʏstBetekenis
- geen vrucht dragend
- (van vrouwelijke dieren) onbevrucht, ook: nog niet vruchtbaar, of: niet meer vruchtbaar
- (van melkvee) geen melk meer gevend
- (van fruitbomen) in een toestand dat er geen vruchten aan hangen
Hoe spreek je gust uit?
/xʏst/
Gust bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ʏ | put |
| s | sok |
| t | tak |
bijvoeglijk naamwoord
- geen volgende generatie voortbrengend
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| guste | verbogen, stellende trap |
| gusts | partitief, stellende trap |
Herkomst
van Middelnederlands gust, vermoedelijk verwant aan geestgrond
Woordfamilie van gust
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| guste | verbogen vorm | gust |
| gusts | partitive, positive | gust |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gust zijn vastgelegd.