grootsteeds
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- wat kenmerkend is voor de grote stad en dus niet of veel minder voorkomt in een dorp
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| grootsteedse | verbogen, stellende trap |
| grootsteedser | onverbogen, vergrotende trap |
| grootsteedsere | verbogen, vergrotende trap |
| grootsteedsers | partitief, vergrotende trap |
| grootsteedst | onverbogen, overtreffende trap |
| grootsteedste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
afleiding van grote stad
Woordfamilie van grootsteeds
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| grootsteedse | verbogen vorm | grootsteeds |
| grootsteedser | vergrotende trap | grootsteeds |
| grootsteedsere | verbogen vergrotende trap | grootsteeds |
| grootsteedsers | partitieve vergrotende trap | grootsteeds |
| grootsteedst | uninflected, superlative | grootsteeds |
| grootsteedste | inflected, superlative | grootsteeds |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van grootsteeds zijn vastgelegd.