groots
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- verheven, groot van opzet
- tweede betekenisomschrijving.
Woordvorm
- partitief van de stellende trap van groot
- partitief van de stellende trap van groots
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| grootse | verbogen, stellende trap |
| grootser | onverbogen, vergrotende trap |
| grootsere | verbogen, vergrotende trap |
| grootsers | partitief, vergrotende trap |
| grootst | onverbogen, overtreffende trap |
| grootste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Van groot, met de uitgang -s; de afleiding is een adjectief op zich met een zelfstandige betekenis geworden.
Woordfamilie van groots
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| grootse | verbogen vorm | groots |
| grootser | vergrotende trap | groots |
| grootsere | verbogen vergrotende trap | groots |
| grootsers | partitieve vergrotende trap | groots |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van groots zijn vastgelegd.