Gotisch
eigennaam, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- de uit de oostelijke tak van de Germaanse talen stammende en uitgestorven taal der Goten uit de eerste eeuwen van de jaartelling, vooral bekend van de bijbelvertaling van Ulfilas
- betrekking hebbend op het Gotisch
Herkomst
afgeleid van Goot met het achtervoegsel -isch
Woordfamilie van Gotisch
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| Gotische | woordvorm | Gotisch |
| Gotischer | woordvorm | Gotisch |
| Gotischere | woordvorm | Gotisch |
| Gotischers | woordvorm | Gotisch |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van Gotisch zijn vastgelegd.