goelijk
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- op een vriendelijke, zachtmoedige manier
bijvoeglijk naamwoord
- vriendelijk, zachtmoedig
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| goelijke | verbogen, stellende trap |
| goelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| goelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| goelijkers | partitief, vergrotende trap |
| goelijks | partitief, stellende trap |
| goelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| goelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
afleiding van goed met het achtervoegsel -lijk
Woordfamilie van goelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| goelijke | verbogen vorm | goelijk |
| goelijker | vergrotende trap | goelijk |
| goelijkere | verbogen vergrotende trap | goelijk |
| goelijkers | partitieve vergrotende trap | goelijk |
| goelijks | partitive, positive | goelijk |
| goelijkst | uninflected, superlative | goelijk |
| goelijkste | inflected, superlative | goelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van goelijk zijn vastgelegd.