godsvrucht
zelfstandig naamwoord ˈɣɔtsfrʏxtBetekenis
- met heel veel geloof in god
Hoe spreek je godsvrucht uit?
/ˈxɔtsfrʏxt/
Godsvrucht bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| x | acht |
| ɔ | bot |
| t | tak |
| s | sok |
| f | fiets |
| r | rood |
| ʏ | put |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- diep en daadwerkelijk geloof in God
Herkomst
samenstelling van god en vrucht met het invoegsel -s- , gebrekkige leenvertaling van Duits Gottesfurcht uit de Lutherbijbel van 1522, dat "godsvrees", "vreze Gods", "vrees of angst voor God" betekent als vertaling was van Oudgrieks φόβος Θεοῦ (fobos Theou) "angst voor God" (bijvoorbeeld in Romeinen en 3:18), zie ook fobie Het Duitse woord Furcht "angst" is per ongeluk verward met Frucht "vrucht", "plant", "iets dat groeit"; in de betekenis van "devotie" voor het eerst aangetroffen in 1605.