glaucoom
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een aandoening waarbij een verhoging van de druk in de oogbol onbehandeld tot gezichtsvelduitval en uiteindelijk tot blindheid leidt
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘groene staar’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1720