gezeglijk
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- (vooral van kinderen en jonge mensen) gehoorzaam
bijvoeglijk naamwoord
- gehoorzaam
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gezeglijke | verbogen, stellende trap |
| gezeglijker | onverbogen, vergrotende trap |
| gezeglijkere | verbogen, vergrotende trap |
| gezeglijkers | partitief, vergrotende trap |
| gezeglijks | partitief, stellende trap |
| gezeglijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| gezeglijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Naamwoord van handeling van het verouderde werkwoord gezeggen met het achtervoegsel -lijk
Woordfamilie van gezeglijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gezeglijke | verbogen vorm | gezeglijk |
| gezeglijker | vergrotende trap | gezeglijk |
| gezeglijkere | verbogen vergrotende trap | gezeglijk |
| gezeglijkers | partitieve vergrotende trap | gezeglijk |
| gezeglijks | partitive, positive | gezeglijk |
| gezeglijkst | uninflected, superlative | gezeglijk |
| gezeglijkste | inflected, superlative | gezeglijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gezeglijk zijn vastgelegd.