gemoedelijk
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- vriendelijk en gezellig
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gemoedelijke | verbogen, stellende trap |
| gemoedelijker | onverbogen, vergrotende trap |
| gemoedelijkere | verbogen, vergrotende trap |
| gemoedelijkers | partitief, vergrotende trap |
| gemoedelijks | partitief, stellende trap |
| gemoedelijkst | onverbogen, overtreffende trap |
| gemoedelijkste | verbogen, overtreffende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘genoeglijk, gezellig’ voor het eerst aangetroffen in 1889
Woordfamilie van gemoedelijk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gemoedelijke | verbogen vorm | gemoedelijk |
| gemoedelijker | vergrotende trap | gemoedelijk |
| gemoedelijkere | verbogen vergrotende trap | gemoedelijk |
| gemoedelijkers | partitieve vergrotende trap | gemoedelijk |
| gemoedelijks | partitive, positive | gemoedelijk |
| gemoedelijkst | uninflected, superlative | gemoedelijk |
| gemoedelijkste | inflected, superlative | gemoedelijk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gemoedelijk zijn vastgelegd.