gedachteloos
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- Aan de lopende band werken is een gedachteloze bezigheid.
- De gedachteloze handelingen van de jongeren hebben veel schade aan de romeinse fontijn toegebracht.
bijvoeglijk naamwoord
- zonder bewust nadenken
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gedachteloost | onverbogen, overtreffende trap |
| gedachtelooste | verbogen, overtreffende trap |
| gedachteloze | verbogen, stellende trap |
| gedachtelozer | onverbogen, vergrotende trap |
| gedachtelozere | verbogen, vergrotende trap |
| gedachtelozers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
afgeleid van gedachte met het achtervoegsel -loos
Woordfamilie van gedachteloos
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gedachteloost | uninflected, superlative | gedachteloos |
| gedachtelooste | inflected, superlative | gedachteloos |
| gedachteloze | verbogen vorm | gedachteloos |
| gedachtelozer | vergrotende trap | gedachteloos |
| gedachtelozere | verbogen vergrotende trap | gedachteloos |
| gedachtelozers | partitieve vergrotende trap | gedachteloos |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gedachteloos zijn vastgelegd.