franchising
zelfstandig naamwoord ˈfrɛntʃɑjzɪŋBetekenis
- een methode van zakendoen waarbij een ondernemer (de franchisenemer) een contract sluit met de eigenaar van een handelsnaam (de franchisegever) die de franchisenemer het recht geeft om tegen betaling een zaak met die handelsnaam als zelfstandige te exploiteren
Hoe spreek je franchising uit?
/ˈfrɛntʃɑjzɪŋ/
Franchising bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| f | fiets |
| r | rood |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| t | tak |
| ʃ | sjaal |
| ɑ | bad |
| j | ja |
| z | zon |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘het huren van rechten van een ander bedrijf’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1973