enigst
bijvoeglijk naamwoord ˈenɪxstBetekenis
- uniek, er maar één van zijn
Hoe spreek je enigst uit?
/ˈenɪxst/
Enigst bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| e | veel |
| n | nek |
| ɪ | pit |
| x | acht |
| s | sok |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Woordvorm
- onverbogen vorm van de overtreffende trap van enig
bijvoeglijk naamwoord
- waarvan er maar één is
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [B] enigst | canonical |
| enigste | verbogen, stellende trap |
Herkomst
afgeleid van enig bn met het achtervoegsel -st **[B] benadrukte vorm van enig bn "uniek", waarbij de overtreffende trap in feite geen betrekking heeft op het eenmaal voorkomen (dat blijft één keer) maar vooral aandacht wil vestigen op het ontbreken van andere gevallen die er hadden kunnen zijn Weblink bron “Enigste / enige” op taaladvies.net Als het niet de bedoeling is extra nadruk te leggen op het ontbreken van andere gevallen, is het in standaardtaal "enig", hoewel dan in spreektaal toch vaak "enigst" wordt gebruikt. Maar het woord wordt vanouds juist vaak in die nadrukkelijke betekenis gebruikt: die is veel gangbaarder dan "leukst, aardigst of schattigst".