Engelstalig
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- van een persoon dat hij de Engelse taal machtig is
- van een land dat Engels de voertaal is
- van een tekst dat die in het Engels is geschreven
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| Engelstalige | verbogen, stellende trap |
| Engelstaligs | partitief, stellende trap |
Herkomst
afleiding van Engels en taal met het achtervoegsel -ig
Woordfamilie van Engelstalig
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| Engelstalige | verbogen vorm | Engelstalig |
| Engelstaligs | partitive, positive | Engelstalig |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van Engelstalig zijn vastgelegd.