elfendertigst
rangtelwoord /ˈɛlfənˌdɛrtɪxst/Betekenis
- in vaste verbindingen als 'op z'n elfendertigst': op een omslachtige of tijdrovende manier
Hoe spreek je elfendertigst uit?
/ˈɛlfənˌdɛrtɪxst/
Elfendertigst bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɛ | bed |
| l | land |
| f | fiets |
| ə | de |
| n | nek |
| d | dak |
| r | rood |
| t | tak |
| ɪ | pit |
| x | acht |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
rangtelwoord — ordinal
- in vaste verbindingen als "op z'n elfendertigst": op een omslachtige of tijdrovende manier informal
Herkomst
samenstelling van elf ht en dertigste rt met het invoegsel -en- , naar de elf-en-dertig, onder wevers in de zuidelijke Nederlanden de aanduiding van een kam die voor het weven van extra fijn en breed linnen elf extra gangen boven de dertig gebruikelijke had. Dat leverde volmaakt werk op, maar het weven duurde langer dan gebruikelijk. De stof die zo werd geweven kreeg ook de naam elf en dertig, in het Frans trente et un of trentain. Het begrip is vanaf de 16e eeuw terug te vinden als uitdrukking voor netjes en zorgvuldig werken. In het zuiden van de Nederlanden betekende op zijn elf en dertigste gekleed zijn, netjes aangekleed zijn, zich uitdossen. Evenals in het Frans (se mettre sur son trente et un) en het Nieuw-Grieks (μὲ τὰ δεκοχτώ τ᾽ εἶναι). Vanaf de 18e eeuw werd het ook gebruikt in de betekenis van traag of omslachtig werken, met een verwijzing naar de langdurige beraadslagingen van de Staten van Friesland met hun achterban, vertegenwoordigers van 30 grietenijen en 11 steden. Het werd ook als een telwoord opgevat